Wie deze zomer op een terras zit of in de tuin eet, zal het waarschijnlijk al hebben gemerkt: er zijn opvallend minder wespen dan in voorgaande jaren. Dat is goed nieuws voor liefhebbers van een ongestoord ijsje of barbecue, maar volgens deskundigen heeft de afname ook minder positieve gevolgen voor de natuur.
Minder wespen
De belangrijkste oorzaak ligt in het natte en relatief koele voorjaar. Juist in april, mei en juni begint een wespenkoningin met de bouw van een nieuw nest. Door de vele regen en lagere temperaturen kwam die ontwikkeling dit jaar moeizaam op gang. Sommige ondergrondse nesten liepen zelfs onder water, waardoor koninginnen en jonge werksters het niet overleefden of de groei sterk werd vertraagd. Daardoor zijn er deze zomer minder nesten én minder wespen actief dan normaal.
Piek moet nog komen
Dat betekent overigens niet dat je helemaal geen wespen meer zal zien. De grootste activiteit van wespen valt traditioneel in augustus en begin september. De aantallen kunnen de komende weken dus nog toenemen, al verwachten kenners geen grote wespenplaag zoals in sommige voorgaande jaren. Ook bestrijding speelt een rol. Wespen worden regelmatig bestreden wanneer nesten zich dicht bij woningen, scholen of speelplaatsen bevinden.
Minder natuurlijke bestrijding
Hoewel veel mensen blij zijn met minder wespen, vervullen de insecten een belangrijke rol in de natuur. Wespen jagen namelijk op vliegen, muggen en andere insecten. Een kleinere wespenpopulatie kan er daardoor voor zorgen dat juist deze insecten zich makkelijker vermenigvuldigen. Daarnaast dragen wespen, net als veel andere insecten, bij aan het natuurlijke evenwicht in de omgeving. Daarom adviseren deskundigen om een wespennest alleen te laten verwijderen wanneer het daadwerkelijk gevaar of overlast oplevert.
Aziatische hoornaar
Tegelijkertijd krijgen we steeds vaker te maken met de Aziatische hoornaar, een invasieve exoot die ook op wespen en honingbijen jaagt. Vanaf 2026 zijn gemeenten verantwoordelijk voor de aanpak van deze soort.